Behandeling hartinfarct

* CONTROLEER TEKST*

Stolsel oplossen

Bij de behandeling van een hartinfarct is het belangrijkste om de afsluiting van de kransslagader weer te openen. Er zijn bepaalde medicijnen die het stolsel in het bloedvat oplossen. Deze medicijnen worden ook wel trombolytica genoemd. 

Dotteren

De afsluiting kan ook worden verwijderd door te dotteren. Als je wordt gedotterd, wordt er een soort ballonnetje opgeblazen in de afsluiting van de kransslagader, waardoor de kransslagader uitgerekt wordt en er weer bloed doorheen kan stromen. Tijdens het dotteren kan er een zogeheten stent op de dotterballon worden geplaatst. Een stent is een soort kokertje van gaas, dat uitveert als de ballon wordt opgeblazen. Als de ballon vervolgens leegloopt, blijft de stent achter in het bloedvat. Hierdoor kan het bloedvat niet meer ‘dichtklappen’. 

Bypass

Bij hele ernstige hartinfarcten kan het zijn dat je een bypassbehandeling krijgt. Dan wordt er een nieuw stukje bloedvat aan de kransslagader gemaakt, dat het bloed om de afsluiting heen leidt. Daardoor krijgt het afgesloten gedeelte van het hart ook weer bloed. 

Snel behandelen

Als je een hartinfarct hebt, is het belangrijk om er snel bij te zijn. In de eerste uren na het hartinfarct is de kans het grootst dat je gevaarlijke hartritmestoornissen krijgt. Hoe sneller je behandeld wordt bij een hartinfarct, hoe groter de kans op een succesvolle behandeling is. 

Medicijnen

Als je een hartinfarct hebt gehad en je bent er bovenop gekomen, moet je meestal nog een lange tijd medicijnen slikken, ook als je je al beter voelt. Deze medicijnen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat je niet nog een keer een hartinfarct krijgt. Medicijnen die je voorgeschreven zou kunnen krijgen zorgen ervoor dat:

  • Bloedplaatjes, die zorgen voor bloedstolling, minder goed werken.
  • Bloedstolling wordt verminderd.
  • Bloeddruk wordt verlaagd.
  • Hartritme wordt geregeld.
  • Cholesterol wordt verlaagd.
Dutch
Introductie: 
Bij een acuut hartinfarct kun je in leven gehouden worden door hartmassage en beademing. De diagnose wordt meestal gesteld door een hartfilmpje, ook wel ECG genoemd. Verder krijg je een bloedonderzoek. In het bloed zijn meestal stoffen te vinden die wijzen op het afsterven van de hartspier.